• Normaal gesproken kan je ze haast niet missen, want Astrid (58) en Frits (61) Schotte zijn op zaterdagen meestal vlakbij de ingang van ons fraaie complex te vinden. Zij is onderdeel van de ‘MIC-missen’ die het wedstrijdsecretariaat runnen. En Frits stuurt de ploegjes aan die voor DOV hun taak vervullen en die onder andere zorgen voor limonade en thee en die de kleedkamers en gangen schoonhouden. Een mensen met een echt vrijwilligershart of zoals woordvoerder van het echtpaar Astrid het treffend zegt: “Het is mooi dat je op die manier wat kan betekenen voor anderen. Bovendien is het leuk om te doen, je hebt contact met allerlei mensen”. We komen er straks op terug. Nu eerst iets over hun relatie met de VV Smitshoek. Dat is op zich bijzonder, want Astrid en Frits zijn geen Barendrechters. Ze wonen in Zuidwijk, dus aan de andere kant van de A15 rivier.

    ‘Eigenlijk zijn we door jongste zoon Bob bij Smitshoek terechtgekomen. Hij heeft zijn eerste voetbaljaren bij Spartaan gespeeld, maar hij vond het daar niet leuk meer. Frits en ik deden daar ook al vrijwilligerswerk, ik hielp daar in de kantine. Maar met Bob hebben we toen gekeken naar andere clubs en uiteindelijk is de keus gevallen op Smitshoek. Hij kende daar een paar jongens en is toen in de D1 bij trainer Joop Hak terecht gekomen. Het beviel ons gelijk heel goed bij deze club. Leuke mensen, fijne sfeer. Tanja Roos zocht naar nieuwe mensen voor de kantine, daar ben ik gelijk bij aangehaakt. En Frits is leider geworden bij het team van Bob. Maar ja, Bob is na zijn A-tjes tijd gestopt en wij zijn nog steeds actief. We voelen ons gewoon helemaal thuis en eigenlijk echt verbonden met de vereniging. Dat dus nu bijna 20 jaar”.

    Astrid is uiteindelijk overgestapt naar het wedstrijdsecretariaat, dat ze samen met Aaf, Patricia, Petra en Agnes bemenst. Daarnaast is ze actief in de supportersvereniging. Terwijl Frits het teamleiderschap heeft ingewisseld voor de DOV coordinatie. ‘Tja’, zegt Astrid. Het is gewoon leuk om zo bezig te zijn. Als je achter de geraniums thuis blijft zitten zie je niet veel. En het is gezellig om met anderen bezig te zijn want een vereniging moet je nou eenmaal met elkaar doen’. Ze vond het wel bijzonder dat er bij Smitshoek vergoedingen zijn voor vrijwilligerswerk, want ‘bij andere clubs en ook bij Spartaan kregen we niets. Ik vind ook eigenlijk dat vrijwilligers ook eigenlijk niet betaald moeten worden. Dan is het toch geen vrijwilligerswerk meer?”. Ze snapt wel dat de tijden nu anders zijn en dat het nuttig is dat voor werk waar mensen niet snel voor te porren zijn iets wordt betaald. “Maar ik vind het wel belangrijk dat je als vrijwilliger waardering krijgt voor wat je doet. Dat krijg je deels ook via de contacten met de mensen waarmee je werkt. Ik zie dat eigenlijk een beetje als vriendschap en juist nu merk je hoe belangrijk dat is. We zitten met elkaar op een app groep. De eerste weken van de coronacrisis was iedereen nog een beetje met zichzelf bezig. Geleidelijk aan ontstaat nu het besef wat we missen, de leuke contacten en de ontspanning”. Op de achtergrond merkt Frits op dat hij het helemaal niet mist. Maar Astrid corrigeert hem gelijk: “Dat is niet waar hoor, hij heeft er ook last van. Anders hebben we op wedstrijddagen altijd onze eigen 3e helft, gezellig met anderen wat drinken. Maar ook het werk van de supportersvereniging, de bingoavond en de voorbereiding van de familiedag. Het staat nu allemaal stil. Maar ook buiten de vereniging. We hebben een vriendenclub waarmee we geregeld gingen eten, dat kan nu ook niet meer. Echt heel jammer”.

    ‘Hoe het nu verder met ons gaat’? Astrid laat de vraag even bezinken. ‘’Eigenlijk gaat het ons prima. We zijn in goede gezondheid en ons dagelijks werk gaat gewoon door. Frits werkt bij Vestia in het onderhoud en daar is altijd veel te doen. En ik was net begonnen in een nieuw baan, in de kinderopvang. Daar gingen we een deel van de tijd gewoon door want we moesten de kinderen opvangen van de mensen met vitale beroepen. Hoewel ik nu minder uren moet werken dan de bedoeling was. En ik zet Frits nu gewoon aan het werk in onze eigen kleedkamers (ze zegt het lachend en een beetje fluisterend).

    Verder doen ze wat veel anderen ook doen. Wat meer in huis, wandelen en in de tuin werken. ‘We hebben nog nooit zoveel in de tuin gedaan als in deze periode. Die staat er echt prachtig bij. En we verheugen ons op de komst van ons 2e kleinkind. De vrouw van Bob loopt op alledag. Ik ben alleen bang dat we er niet bij mogen zijn, dat is wel triest. Je wil die kleine dan toch in je armen nemen of je zoon en zijn vrouw knuffelen. Gelukkig is alles in orde met ze, maar ja, gezondheid staat voorop”.

    Kunnen we zeggen dat Frits dan ter compensatie nu extra wordt geknuffeld? ‘Ja’, zegt Astrid beslist, ‘die wordt bijna doodgeknuffeld’ (Frits gnuift een beetje op de achtergrond). “Nee hoor, dat valt wel mee, wij doen gewoon zoals we altijd doen. Maar we lezen wel meer dan anders, vooral thrillers en die ruilen we met anderen. We passen ook op ons andere kleinkind en die helpen we dan met school en skypen. En zelf moet ik ook af en toe vergaderen met behulp van Zoom. Dat is allemaal wel vreemd, maar het werkt wel”. Over hoe het in haar omgeving gaat is Astrid wat minder positief. “Je ziet nu dat de mensen denken dat alles geleidelijk aan weer wordt zoals voorheen. We moeten echt nog afstand houden en als je de mensen in de supermarkt zie dan lijkt het net of ze daar maling aan hebben. Ik vind het ook wel moeilijk, want die 1,5 meter samenleving is haast niet te doen. Ook in mijn werk. De mensen brengen hun kinderen, van hen moeten we afstand houden. Maar die kleintjes beseffen het allemaal niet en vinden het vreemd. En wisten we nou maar wanneer het over is, maar niemand kan in de toekomst kijken. Die onzekerheid vind ik heel lastig”.

    Dat laatste is gelijk een goede opmaat naar een mooie slotopmerking. ‘Die heb ik niet hoor’, zegt ze. ‘Frits, wil jij nog wat toevoegen?”. Maar Frits geeft aan dat hij de hele dag al bij zijn klanten bezig is om zaken toe te voegen dus hij laat het aan Astrid over. ‘Nou, dan houd ik het er maar op dat ik hoop dat het zo snel mogelijk voorbij is. Misschien vindt iemand snel een vaccin of zo. Dan kan alles weer als vanouds gaan draaien en daar zitten we allemaal een beetje op te hopen’.

    Wij hopen het ook. Astrid en Frits, bedankt.

    De redactie